Kunstzinnige integriteit


Zogenaamde kunstenaars uit bovengenoemde stromingen noem ik opportunisten. Het enige waar ik deze gasten als bv een Karel Appel (†) of Corneille (ook †) om bewonder, is niet het werk dat ze produceren maar hun werklust en het geweten of grofmazige filter dat ze schijnen te hebben om hun rommel - die ze zonder blikken of blozen en in naam van de kunst - aan de man durven te brengen.
Helaas heb ik daar wat meer moeite mee. Rotzooi stuit me sowieso tegen de borst.
Deze kunstenaars zijn aardig geconditioneerd in ‘wat we nu maken levert geld op’. Ze blijven dus maar wat aan rotzooien.
        Er is dus geen enkele motivatie om iets moois te creëren, vakmanschap te tonen en een verdere ontwikkeling door te maken. Van enige kunstzinnige integriteit is geen sprake.
Zij zijn een produkt van de vraag en helaas niet meer.
        Daarentegen was Vincent van Gogh een toonbeeld van kunstzinnige integriteit. Volgens mij kon hij alles op doek zetten wat hij maar wilde en koos desalniettemin te schilderen wat hem inspireerde en keek juist niet naar de vraag. Of dat verder slim van hem was valt te betwijfelen.
Persoonlijk vind ik zijn schilderijen, op een paar na, geen reet aan maar de integriteit en gepassioneerdheid die hij toonde om zijn hart te volgen dwingt bij mij bewondering en respect af. Hij was anders dan de hoeren van de markt en een echte kunstenaar.